*** Klassificatie van de OI types ***

Klinische Klassificatie van de OI types
gebaseerd op de originele klassificatie door Sillence en collega's. (1)




Men heeft aangetoond dat bij de type(s) I het genetische defect resulteert in een verminderde aanmaak van normaal collageen, hetgeen soms een lage botdichtheid (BMD) tot gevolg kan hebben; terwijl bij de andere typen structureel abnormaal collageen (soms ook in verminderde hoeveelheid) wordt gemaakt, dit resulteert in bot van slechte kwaliteit gewoonlijk met een lage botdichtheid (BMD). Tot op heden zijn er verder geen duidelijk overeenkomsten gevonden tussen de klinische typen, zoals hierboven uitgelegd, en de genetische afwijkingen die de OI veroorzaken.

Men moet het belang van de OI typering niet overschatten. Het kan uw dokter helpen bij het opstellen van een behandelingsplan, of u kunt er uw dokters kennis van OI mee testen. Het is misschien van meer belang wat voor een type persoon U bent dan welk type OI U heeft. In het dagelijks leven is waarschijnlijk de ernst van de aandoening van veel groter belang. Deze is niet aan het type OI gekoppeld.


Er zijn verschillenede voorstellen in omloop om de Sillence typering uit te breiden, maar deze nieuwe types (V en VI) zijn niet gebaseerd op klinische waarnemingen maar op histologische gegevens, hetgeen het wat ingewikkelder maakt om ze vast te stellen. Het zijn bizondere gevallen van het type IV en als zodanig nog niet algemeen aanvaardt.

Vroeger bestond er ook een klassificatie in OI congenita of OI tarda, hetgeen niets anders betekent dan dat de OI zich manifesteeerd vóór of enige tijd na de geboorte. Deze terminolgie is ouderwets.

Literatuur referentie (1)
D.O. Sillence, A. Senn, D.M. Danks
Genetic heterogeneity in osteogensis imperfecta
J. Med. Genet. 16 (1979) 101-116

WAARSCHUWING:
Deze klassificatie dient niet ter "zelfdiagnose", vraag altijd deskundig advies aan een medisch specialist die bekend is met OI.

last updated 6 Januari 2006