Deze tekst is overgenomen van de OIF en wordt hier met hun toestemming (in vertaling) weergegeven. Zie de verklaring onder aan de tekst.

 

Text Box: Deze  informatie is een poging om alle onderzoeks-  en klinische gegevens  in  perspectief te plaatsen, om enkele van de beoordelingspunten te identificeren, en om de vragen die nog openstaan te schetsen. Dit document werd opgesteld na een  zorgvuldige en nauwkeurige inspectie door de leden van de “ Medical Advisory Council” van de OI Foundation, in de Zomer van 2004.

Stand van zaken m.b.t. de behandeling van Osteogenesis Imperfecta met Bisfosfonaten

Sinds begin 1990 is een groep medicijnen, de zogenaamde bisfosfonaten, onderzocht op hun mogelijkheden voor de behandeling van zuigelingen, kinderen en volwassenen met OI. Een aantal van deze medicijnen zijn door de Amerikaanse autoriteit op dit gebied (de FDA) goedgekeurd voor de behandeling van volwassenen met de ziekte van Paget, botziekten in het algemeen, osteoporose, en andere aandoeningen, maar niet voor de behandeling van mensen met OI.
(noot van de vertaler: dit geldt analoog in Nederland)
De Bisfosfonaat therapie voor OI wordt over de hele wereld in toenemende mate toegepast, maar voortdurend kritisch onderzoek, deskundige toepassing, en evaluatie van deze krachtige medicijnen is essentieel voor iedereen met OI.
In Noord Amerika worden door mensen met OI de volgende van bisfosfonaten gebruikt: pamidronaat (merknaam Aredia®) en zoledronaat (merknaam Zometa®) via een intraveneuze injectie, en alendronaat (merknaam Fosamax®) en risedronaat (merknaam Actonel®) die in tablet vorm worden ingenomen.

Text Box: Bisfosfonaten
zijn o.a.:
pamidronaat (Aredia®)
en zoledronaat (Zometa®) 
toegediend via intraveneuse injectie, en
alendronate (Fosamax®) 
en risedronate (Actonel®)

die in tabletvorm worden ingenomen.

Omdat de meeste klinische tests in OI zogenaamd ongereguleerd waren (een gereguleerde test is de strengste vorm van medisch onderzoek) en omdat daarbij maar kleine aantallen OI patiënten betrokken waren, verschaft het beschikbare onderzoek weliswaar belangrijke informatie, maar is het niet beslissend. In de meeste onderzoeken betreffende mensen met OI leiden bisfosfonaten tot een positieve toename in de ogenschijnlijke botdichtheid (dit wordt gemeten met DXA) maar men vreest dat er een nadelige toename van de botstijfheid en botbroosheid zou kunnen optreden na langdurige behandeling. De toename van de botdichtheid is groter bij kinderen met de relatief ernstiger vorm van OI (Types III en IV), dan bij de mildere vormen (Type I), maar de toename verschilt van kind tot kind. Zelfs bij mensen die schijnbaar normale gezonde botten hebben kan een langdurige behandeling met bisfosfonaten tot een verhoging van de botbroosheid lijden. Indien de botstijfheid toeneemt na behandeling met bisfosfonaten, kan het meer kracht vergen om een bot te breken, maar de breuken die dan optreden kunnen ernstiger zijn en langzamer genezen. Indien de botbroosheid toeneemt na uitgebreide bisfosfonaat behandeling, dan zou een kleinere kracht kunnen volstaan om een breuk te veroorzaken dan voor de behandeling. Deze kwesties worden nog steeds onderzocht.
Patiënten die deelnamen aan ongecontroleerde bisfosfonaat therapie tests hebben een toegenomen uithoudingsvermogen en een toegenomen zelfvertrouwen met betrekking tot lopen en andere vormen van bewegen gerapporteerd. Deze toegenomen activiteit kan op zichzelf bijdragen een verbeterde botdichtheid, maar zou ook het risico van breuken ten gevolge van vallen etc. kunnen vergroten. Het is hierdoor niet altijd even eenvoudig om het effect van bisfosfonaten op de breukfrequentie te bepalen.

Duur van de behandeling:

Er wordt wereldwijd onderzoek gedaan naar het juiste moment waarop een medische behandeling met bisfosfonaten moet worden beëindigd of tijdelijk onderbroken. Het is gebleken dat de optimale behandelingsduur varieert van persoon tot persoon, afhankelijk van de leeftijd, het type OI, de leeftijd waarop de behandeling begon, en de individuele reactie op de behandeling (inclusief klinische, biochemische en botdichtheids veranderingen) Op dit moment zijn de meeste onderzoekers en clinici er van overtuigd dat het volle effect na 2 -3 jaar en ten hoogste na 5 jaar wordt bereikt. Sommige mensen met OI behielden hun botdichtheid tot twee jaar na het beëindigen van de behandeling, maar er is niet genoeg ervaring om verantwoorde aanbevelingen te kunnen doen. Onderzoekers zeggen dat behandeling gedurende de gehele kindertijd waarschijnlijk overbodig en niet zinvol is. Er is een discussie geweest over het onderbreken van de bisfosfonaat behandeling ("medicijn vakantie") en het weer hervatten ervan wanneer de botdichtheid zodanig afneemt dat het risico van fracturen toeneemt. Het is in elk geval duidelijk dat het wenselijk is dat artsen hun patiënten blijven controleren nadat de behandeling is gestopt. bisfosfonaten blijven jaren in het bot aanwezig en er is een potentieel risico dat een opeenhoping in de tijd negatieve bijeffecten zou kunnen veroorzaken zoals abnormale botvervorming, excessieve botdichtheid, verhoogde botstijfheid of botbroosheid. Dit soort eventuele nadelige effecten van langdurige of in hoge dosis toediening van bisfosfonaten zijn waargenomen in experimenten met muizen met OI.

Dosering:

De dosering wordt gewoonlijk berekend op basis van het gewicht en de leeftijd van de patiënt. Er is geen algemene overeenstemming over de juiste dosering voor kinderen. Het "Montreal Protocol" geeft een algemeen gebruikte dosering voor pamidronate (Aredia®) voor kinderen, alhoewel sommige onderzoekers hogere of lagere doseringen uittesten, ofwel andere doserings intervallen. De cumulatieve jaarlijkse dosis van enig bisfosfonaat moet zorgvuldig worden bijgehouden om opeenhoping in het bot tot een niveau dat ongewenste bijeffecten kan veroorzaken te voorkomen.

De effecten van bisfosfonaten op het bot:

Via diverse onderzoeken wordt gekeken naar het effect van bisfosfonaten op specifieke botten in OI, zoals de femur of de wervelkolom. bisfosfonaten en andere medicijnen die worden gebruikt om osteoporose te behandelen vertoonden diverse effecten op de lange botten in de ledematen en de ruggenwervels. De effecten op de vorm van het botten en de ombouw worden onderzocht. Er is één onderzoek waaruit zou blijken dat de bot ombouw, die gedurende de behandeling was afgenomen na het stoppen van de behandeling weer toeneemt.

Effect van bisfosfonaten op botgenezing:

Ook de genezing van botbreuken en osteotomie (een chirurgische snede) in OI bot worden onderzocht. De huidige ervaring suggereert dat OI bot vaak langzaam geneest na een bisfosfonaat behandeling. Onvolledige genezing (niet hechten) van breuken of langzame genezing van een osteotomie komt ook voor bij sommige mensen met OI die nog nooit een bisfosfonaat behandeling hebben ondergaan, maar het schijnt vaker voor te komen bij diegenen die wel een bisfosfonaat behandeling hebben gehad. Er zijn aanwijzingen dat bisfosfonaten het herstel van gebroken lange botten kunnen vertragen en sommige clinici onderbreken daarom de bisfosfonaat behandeling gedurende de reparatie fase. Het ontbreken van voldoende gegevens over de natuurlijke frequentie van deze problemen (afgezien van bisphosphonaat behandelingen) maakt het moeilijk om vast te stellen of bisfosfonaten het probleem verergeren. Onderzoek suggereert dat het gebruik van een oscillerende (vibrerende) zaag in plaats van een gewone handzaag tijdens botchirurgie in feite de botgenezing kan vertragen bij bot dat met bisfosfonaten is behandeld.

Effect van bisfosfonaten op Kinderen & Kleuters:

In recent onderzoek zijn pamidronaten gebruikt om zeer jonge patientjes met ernstige OI te behandelen. Enkele rapporten geven aan dat de botdichtheid, het vertebrale oppervlak, en de zelf aangestuurde bewegingen toenemen. De breukfrequentie en de pijn kunne afnemen. Er worden geen negatieve effecten op de groei gemeld, maar het is niet mogelijk om te voorspellen hoe lang ieder kind uiteindelijk zal worden. De effecten op lange termijn op botombouw van de lange botten en op de tanden zijn nog niet bepaald.

Effect van Bisfosfonaten op Kinderen met type I OI:

Er zijn nog niet voldoende betrouwbare gegevens over de behandeling met bisfosfonaten van kinderen met OI Type I. Dit probleem zou via zorgvuldig opgezette onderzoeken dienen te worden aangepakt. Op dit moment wordt het gebruik van pamidronaat bij kinderen met OI type I, die drie of meer breuken per jaar gedurende een periode van twee opeenvolgende jaren hadden en samendrukbreuken van de wervels, onderzocht.

Effect van Bisfosfonaten op Volwassenen met OI:

Volwassenen met OI lijken een minimale respons te hebben op orale of intraveneuze bisfosfonaat behandeling. bisfosfonaten kunnen helpen om de volwassen botdichtheid te handhaven of het risico van aan de leeftijd gerelateerde osteoporose te verminderen en mogelijkerwijs de symptomen van botpijn te verminderen, maar verder onderzoek is noodzakelijk.

Pijn:

In ongereguleerd onderzoek wordt een afname van "botpijn" door het gebruik van bisfosfonaten gemeld. Meer in het bijzonder hebben ouders van jonge kinderen met OI een verbetering in het fysieke welbevinden gemeld. Het effect op "botpijn" lijkt gerelateerd te zijn aan de leeftijd. Jonge, opgroeiende kinderen lijken minder pijn te voelen tijdens het gebruik van bisfosfonaten. Oudere kinderen en volwassenen nemen mogelijk minder pijnvermindering waar. Lichamelijke oefeningen verminderen de pijn eveneens. Botpijn is moeilijk te meten en "placebo effecten" werden vaak gerapporteerd in voorgaande onderzoeken van medische behandelingen in andere botaandoeningen. "Placebo effecten" treden op als een patiënt een verbetering voelt terwijl hij/zij een niet werkzame vervanging (placebo) krijgt. Pijn is niet gemakkelijk te taxeren en zou niet moeten worden gebruikt als een indicator voor het wijzigen van doseringen of het interval ertussen.

Zwangerschap:

In de weinige bekende gevallen waarin een jonge vrouw met OI zwanger werd terwijl zij werd behandeld met bisfosfonaten, werd de medicatie onmiddellijk gestopt zodra de zwangerschap was vastgesteld. De baby's die vervolgens geboren werden leken geen last te hebben van de aanwezigheid van enig bisphosphonaat in het lichaam van de moeder. Er wordt verondersteld dat het gevaar voor de ontwikkelende foetus het grootst zou zijn op het moment van een intraveneuze injectie en wel voordat alle bisfosfonaat in het bot van de moeder is opgenomen. Er zijn weinig gegevens over de resultaten van zwangerschappen bij vrouwen die voorafgaande aan hun zwangerschap een langdurige bisfosfonaat behandeling hebben ondergaan.
Onderzoek bij dieren heeft aangetoond dat hoge doses bisfosfonaten die reeds in het moederlijke bot aanwezig waren nadelig kunnnen uitwerken op het foetale bot.

Vele vragen over de effecten van bisfosfonaten op kinderen en volwassenen met OI zijn nog onbeantwoord. Enkele worden hier opgesomd:

Suggesties

Indien een medicijn zonder officiële goedkeuring wordt gebruikt, wat in de Verenigde Staten het geval is voor alle bisfosfonaten in het geval van een behandeling voor kinderen of volwassenen met OI, dan kan de betreffende persoon het best deel uitmaken van een klinische test of onder de hoede zijn van een dokter die gespecialiseerd is in metabolische bot ziekten en die op de hoogte is van bisfosfonaten. Programma's waaronder vele kinderen tegelijk worden behandeld bieden wellicht meer voordeel en veiligheid dan een geïsoleerde behandeling van een kind alleen. Diegenen die niet naar een onderzoekscentrum kunnen reizen zouden toch volgens een onderzoeksprotocol kunnen worden behandeld, waarbij al hun medische informatie bij de onderzoeksleider terecht komt, hoewel dit minder wenselijk is dan direct toezicht van alle aspecten van OI door een specialist.

Deskundige medische begeleiding is noodzakelijk om er zeker van te zijn dat alle mogelijke symptomen veranderingen in de botten worden geregistreerd. Dit omvat zowel laboratorium als klinische en radiologische (Röntgen) gegevens.

De ouders van kinderen met OI zouden de voor en tegens van een behandeling van hun kind met bisfosfonaten met hun botspecialist moeten bespreken, uitgaande van de klinische en radiografische ernst, de leeftijd, en het functioneren. Behandelingsplannen zouden de laagste effectieve dosis en een vastgesteld einde van de behandeling op basis van een tijdscriterium of het bereiken van een bepaalde botdichtheid en de algemene klinische reactie moeten bevatten.

Volwassenen zouden met hun botspecialist moeten bespreken of zij van bisfosfonaten kunnen profiteren als onderdeel van hun behandelingsplan om de gevolgen van osteoporose te beperken met het ouder worden.

Verklaring

Deze informatie werd samengesteld door Medical Advisory Council van de Osteogenesis Imperfecta Foundation.
Het staat u vrij deze informatie met uw medische verzorgers te delen.
U mag deze informatie kopiëren, mits er geen wijzigingen in de tekst worden aangebracht en de bron wordt vermeld.
Voor meer informatie kunt u contact opnemen met de OI Foundation: e-mail:bonelink@oif.org
of per post: The OI Foundation, 804 W. Diamond Ave. , Suite 210, Gaithersburg, MD 20878.
U kunt deze verklaring aan uw arts overleggen.

De oorspronkelijke Engelstalige tekst is beschikbaar via de website van de OIF: http://www.oif.org/site/DocServer?docID=803
Hier kunt u ook de laatste aanvullingen/versie van dit document vinden. Deze vertaling is door de OIFE verzorgd. De OIF is van plan om dit document regelmatig aan te passen, maar de OIFE zal dat slechts met enige vertraging kunnen volgen.

page last updated 11 March 2005